pathinfo : /jvanmeir/jan.nsf/www/woordenlijst.html http_referer : refencoded: googlesearch htmlfrontmatter v2attach 0 host : www.wandelwereld.benl
routeinfo
Woordenlijst
à - naar (o.a.)
abandonné - verlaten (vt dw)
abeille - bij (dier)
aboutir - uitkomen bij
abri - schuilplaats
abrupt - steil (van rotsen)
accès - toegang
il s´agit de - het betreft
ainsi que - evenals
aire - terrein
alimentation - kruidenier
aller - gaan
aller et retour - heen en terug
alors - dan, vervolgens
altitude - hoogte
aménager - inrichten, aanpassen
amener - brengen, leiden
amorcer - inzetten, beginnen
ancien - oud, voormalig
angle - hoek
apprôcher - naderen
appuyer - steunen, stutten
appuyer sur - drukken
après - na
après-midi - middag
arbre - boom
argent - geld
artique - weideplaats
atteindre - bereiken
automne - herfst
autrefois - toen, toentertijd
avant - voor (in tijd)
averse - regenbui
avoir - hebben
au bout de - a/h einde van
baguette - stokbrood
balisage - bewegwijzering
balisé - bewegwijzerd
balise, une - merkteken
barré - versperd
barrière - versperring
bas - laag
belle vue - mooi uitzicht
belvédère - uitzichtpunt
berger - herder
bergerie - schaapskooi
bifurquer - (af)splitsen
blanc/ blanche - wit
blé - graan
bocage - houtwal, bosje
bois - bos
boisson - drank
au bord de - aan de oever van, langs
bordant - langs, naast
boucherie - slager
boueux - modderig
boulangerie - bakker
bretelle - aanlooproute
brouillard - mist
bruyère - heide
buis - buxus
butte - heuveltje
cabane - schuilplaats, hut
calmant - pijnstiller
car - bus, autobus
carrefour - kruispunt
carrière - steengroeve
carrossable - berijdbaar, begaanbaar
cascade - waterval
cerf - hert
chaîne - ketting,
(de montagne) (bergketen)
chambre d’hôte - gastenkamer
chamois gems, berggeit
champ - veld, akker
changer - veranderen, wisselen, ruilen
chantier - werkplaats, bouwterrein
châtaignier - kastanjeboom
chaud - warm
chaussure - schoen
chemin (terreux) - (zand-)weg
chemin en - weg langs
corniche - helling
chêne - eik
chênaie - eikenbosje
chien (méchant) - (gevaarlijke) hond
tenu en laisse - hond aan de lijn
chute - (water-)val
cimétière - begraafplaats
circuit - rondwandeling
cirque - keteldal
clairière - open plek in bos
clôture - afsluiting, omheining
clot - gesloten dal
cochon - varken
col - bergpas
colline - heuvel
combe boissée - bebost klein dal
commencer - beginnen
commun - gemeenschappelijk
communal - gemeentelijk
complet - vol (hotels ed)
conduire - leiden
confluent - samenvoeging van twee rivieren
conifère - naaldboom
conseillé - aanbevolen
continuer - blijven doorgaan
contourner - lopen om, gaan om
en contrebas de - lagergelegen dan
côte - kant, zijde, streek
à côté - de naast
côtoyer - lopen langs
coulée - stroompje
couper - snijden, kortste weg nemen
coupe-feu - brandgang
courbe de niveau - hoogtelijn
couverture - deken
crête - bergkam, heuvel
croix - kruis(beeld)
crochet - draai van de weg
cul-de-sac - doodlopende weg
cuvette - kam van berg
d’abord - eerst
déboucher - uitmonden, uitkomen
début - begin
déconseiller - afraden
découvrir - ontdekken
décrire - beschrijven
dégringoler - (snel) naar beneden gaan
dénivellation - hoogteverschil
déhanchement - schuin gaande weg of bocht
dense - dicht, compact
départ - vertrek
depuis -sinds
descendre - omlaag gaan
desséché - uitgedroogd
dessous - eronder
dessus - erboven
détour - bocht, omweg
dévaler - afdalen, naar beneden gaan
devant - voor (in plaats)
devenir/ devient - worden/ wordt
diner - avondeten
direction - richting
dominer - uitsteken boven
dormir - slapen
douce - zacht, geleidelijk
droit - rechtuit
droite - rechts
eau potable - drinkbaar water
éboulis - puinhelling
ébouli - neergestort puin
à l’ écart - terzijde, apart
échancrure - uitholling, uitsnijding
école - school
église - kerk
élever - verheffen
(s’) éloigner - (zich) verwijderen
empierré - verhard
emporter - meenemen
emprunter - volgen, nemen (van een weg)
en face - tegenover
encaissé, sentier - holle weg
enclos - omheind terrein
s’enfoncer - ingaan
s’engager - richting, weg inslaan
ensuite - vervolgens
entamer - beginnen
entonnoir - trechter
entre - tussen
envahi par la végétation - overwoekerd
environ - ongeveer
éperon - uitloper v.e. berg
épicéa - spar
épingle - haarspeldbocht
(bien) équipé - (goed) voorzien
escalier - trap
escarpé - steil
espèce protégée - beschermde soort
été - zomer
s’étirer - zich uitstrekken
étroit(e) - smal, nauw
équestre - paardrijden
être - zijn
étroit - nauw, smal
éviter - uitwijken voor
faim - honger
falaise - steile kant, kust
ferme/ferme - boerderij met
auberge - logies
fermé - gesloten
fleuve - rivier
fond - bodem, diepste
fontaine - bron, fontein
forêt - bos
fort - sterk, krachtig
fortin, un - bunker
fossé, un - sloot, gracht, greppel
fournir - bevoorraden, leveren
franchir - gaan door, oversteken
franchement - ronduit, eenvoudig
froid - koud
frôler - rakelings langs gaan
gagner - winnen, bereiken
gare - treinstation
gauche - links
(non) gardé - (on)bemand
geler - vriezen
genévrier - jeneverbes (struik)
gîte (d’étape) - herberg (voor wandelaar)
gorge - kloof
goudronné - geasfalteerd, verhard
gourde - verldfles
grange - schuur, boerenstal
gravir - beklimmen (moeizaam)
grimper (à) - beklimmen, stijgen
gué, à gué - weg
guêpe - wesp
HT,haute-tension - hoogspanning
hameau - gehucht
haut - hoog
à hauteur de - ter hoogte van
hébergement - onderdak
herbeux - begroeid
hêtre - beuk
hiver - winter
hors des sentiers tracés - buiten de gebaande paden
hourquette - steile pas
ici - hier
il fait - het is (ivm het weer)
il fait beau - het is mooi weer
il pleut - het regent
impasse - doodlopende straat
incendie - brand
indiquer - wijzen
inflexion - buiging, bocht
intersection - kruising
isard - gems
itinéraire - route
jaune - geel
jonction - kruising
jour de repos - rustdag
jusqu’à la / jusqu'au - tot aan de
là - daar
lacet - haarspeldbocht, veter
laisser - laten, voorbijgaan aan
lapin - konijn
large - breed
laver - wassen, schoonmaken
légère - licht, gemakkelijk
se lever - opstaan (uit bed)
lieu - plaats
lieu-dit - gehucht
lièvre - haas
limite - grens
lisière - rand/ zoom
lit - bed
loi - wet
loin - ver
en longeant - langs
longer langs - iets lopen
longueur - lengte
lotissement - verkaveling
mairie - gemeentehuis, stadhuis
maison/ mas - huis
manger - eten
marcher - lopen
marche - (trap-) trede
marécageux - moerassig
maquis mediterraan - struikgewas
matin/ matinal - ochtend/ vroeg
même - zelfde
mener - leiden
météo - weerdienst
au milieu de - temidden van
moellon - steen
mont - berg
montagne - berg, gebergte
monter - omhoog gaan
moustique - mug
mouton - schaap
municipal - gemeentelijk
nager - zwemmen
la (route) nationale - hoofdweg
négliger - niet inlaan
neige/ neiger - sneeuw/ -en
névé - harde sneeuw
noir (e) - zwart
nuit - nacht
nuitée - overnachting
obliquer - in schuine richting lopen
ombre - schaduw
orage - onweer
s’orienter à - zich richten naar
où - WAAR
ouvert - geopend
pain - brood
panneau d'information - informatiebord
par - via, over
parcelle - terrein
parcourir - doorlopen, doorkruisen
paroi - (berg-)wand
parsemé - in schuine richting lopen
partir - vertrekken, verlaten
parties rocheuses - rotsachtig gedeelte
pas - 1 niet; 2 stap; 3 bergpas
passage - doorgang
passer - gaan langs
passerelle - loopplank, bruggetje
pâturage - weiland
petit-déjeuner - ontbijt
pélouse - grasperk
pendant - gedurende
pénétrer - door-/ binnendringen
pente - helling
peu/ un peu - weinig, beetje
peuplé - bevolkt
pharmacie - apotheek
pied - voet
pierre / pierreux - steen / stenig
pin - den
pinède - dennenbos
piscine - zwembad
piste - pad, spoor
piton - hoge bergtop
plan - vlakte
place - plein
plaine - vlakte
plein - vol (-ledig)
pleuvoir - het regent
pluie - regen
plus - meer
plus vite - sneller
ponceau - bruggetje
pont - brug
portillon - deurtje (b.v. bij weide)
potager - moestuin
poursuivre - (ver)volgen
poteau - paal
poule - kip
PR (petit randonnée) - kleine of dagwandeling
prairie - weide
pré - kleine weide
prédictions météorologiques - weersvoorspellingen
prendre - nemen, afslaan op route
près - dichtbij
printemps - lente
prôche - naast
progressivement - steeds meer
prolongement - verlenging
promenade - wandeling
promontoire - voorgebergte
à proximité - in de nabijheid
prudemment - voorzichtig
puis dan - vervolgens
pylône - mast, toren
quand - wanneer, als
quelques - enkele
quitter - verlaten
raide - steil
rapide - stroomversnelling
se rapprôcher - dichterbij, bij elkaart komen
raviné - uitgehold, weggespoeld
ravitaillement - bevoorrading
ré-, re- her- (opnieuw)
rectiligne - rechtlijnig
refuge - (berg)hut
rejoindre - samenvoegen, samenkomen
rembali - ophoging, berm
rempart - wal
remonter - weer omhoog gaan
renseignements - informatie
repas - maaltijd
ressaut - uitsteeksel, oneffenheid
ressource - meestal: bevoorrading
revenir - terugkomen (op), terugkeren
revêtu - verhard
rive - oever
robinet - kraan
rocailleux -rotsachtig
rouge - rood
rude (ment) - hobbelig, lastig
rue - straat
ruisseau - beekje
sable - zand
sablonneux - zanderig
sac-a-dos - rugzak
sac de couchage - slaapzak
sage - verstandig
sanglier - wild zwijn
sapin - spar
sapinière - sparrenbos
sauvage - wild, woest
sec/ sèche - droog
sente - voetpad
sentier - pad
sentier encaissé - holle weg
serpent - slang
serpenter - slingeren
serré - nauw, opeengedrongen
site - plaats, locatie
SNCF Franse - spoorwegen
soif - dorst
soir - avond
solitaire - alleenstaand
sommet - bergtop
sortie - uitgang
sortir - uitgaan, verlaten
source - bron
suivre - volgen
sur - op
surplomber - hangen over
syndicat d’initiative - VVV
talus - helling, berm
taureau - stier
(beau) temps - (mooi) weer
tête - top, hoofd
tilleul - linde
torrent - bergbeekje
touffu - dichtbegroeid
tourner - wenden
tout droit - steeds rechtdoor
tout-de-suite - onmiddellijk
à travers - doorheen, over
traverser - oversteken, doorwaden
très - zeer, heel
trop tard - te laat
trouver - vinden
se trouver - zich bevinden
touffu - dichtbegroeid
vallée - dal
vallon - klein dal
variante - alternatieve route
vache - koe
vaste - groot
verger - boomgaard
vers - naar
versant - helling
vert (e) - groen
vêtements - kleding
vin / vigne, vignoble - wijn / wijngaard
village/ ville - dorp/ stad
voir - zien
virage - bocht
virer - keren, draaien
VTT - mountainbike




© Jan Van Meirvenne - 2013
Top